Team Lo 4 brengt een bezoek aan vrijgevochten Oekraine

Door BOC Willem "Koning"***

Hoe Mitra, Willem en Lo kilometers vreten als ware het zoete koek

“Spring maar achter op hoor, ik breng je wel even!” roept het pubermeisje mij lachend toe terwijl ze langs mij fietst. Ik staar haar wat vermoeid na terwijl ze de weg oversteekt en zie aan de overkant Mitra staan, mijn lieftallige huisgenoot. Enthousiast steekt ze haar bordje “Apeldoorn” de lucht in als er een auto voorbij komt. De auto remt af en laat een ander voorbij rijden. Vervolgens draait hij de rotonde op waarmee aan onze stille hoop een einde komt. We wisselen een blik van verstandhouding, erg rap gaat het niet.

Drie kwartier zijn voorbij en 15 meter verder stopt er een auto. Ik schenk er kort aandacht aan en ga door met het presenteren van mijn bordje aan voorbijrazende zakenmannen die eenzaam en alleen, in hun dikke Mercedessen, naar de Oekraïne rijden. Op dat moment schiet er een briljante gedachte door mijn hoofd. “Misschien staat die auto wel stil om mij mee te nemen!” Ik draai me om en...gelukkig, hij staat er nog. Even later zitten we in zijn ruime bolide en rijden we richting Apeldoorn. Enthousiast vertelt de beste man ons hoe hij in Syrie schapenhersenen verorberde en in Afrika met de hete adem van nijlpaarden in zijn nek naar het toiletgebouw moest sprinten. “Aaaah,” dacht ik bij mezelf, “nou weet ik weer waarom ik lift!” Het lange wachten wordt beloond met prachtige verhalen, terwijl je dichter en dichter bij je doel komt. De laatste lift voordat we het land verlaten, krijgen we aangeboden met de woorden “Ach weet je, helpen doet ook geen pijn.” De binnenvaartschipper rijdt voor ons, Team Lo 4, graag een stukje om. Hij is op weg naar zijn ex-vriendin om daar, nadat de relatie op de klippen is gelopen, de as van hun overleden dochtertje te verdelen. Even later staan we op het laatste tankstation voor de grens en nemen ontroerd afscheid. Wat een kerel die voor één van de moeilijkste taken staat in zijn leven en nog de moeite neemt een stuk om te rijden voor twee vakantievierende lifters.

Even later staat Team Lo 4 in Polen. Een monsterlift van 900 kilometer in de Volkswagen Transporter van een zwijgzame Pool bracht Mitra, Willem en hun trouwe stokpaard Lo in geen tijd van Hengelo tot voorbij Wroclaw. De zwijgzame Pool werkte in Nederland en ging zijn familie opzoeken. Dat hij een echte familieman is, uitte zich in zijn roekeloze rijgedrag. Snelheidsbeperkingen, stoplichten, drempels en tegenliggers. Door niets van dit alles liet de zwijgzame Pool zich tijd ontnemen die hij met zijn familie kon doorbrengen. Als een kamikazepiloot joeg hij zijn gele busje door de Poolse kuilen en hielp hij ons aan een grote voorsprong op de andere liftteams. Later die avond staan we op een desolaat tankstation voorbij Krakow. Er zijn geen auto’s, geen mensen en het leek erop dat we de tent niet voor niets al die kilometers hadden meegezeuld.

Een groene Mitshubisu komt het tankstation binnengerolt. Een beer van een vent, met snor, wurmd zich uit de wagen, gevolgd door een kleinere energieke jongeman. Beiden buigen zich zorgelijk kijkend over het rokende moterblok. Lifttechnisch zie ik dit als een ongunstig voorteken, toch wagen we het er op. De heren geven lachend aan dat ze zelf hopen in staat te zijn ons een lift te geven, gezien de staat van de auto. Gelukkig krijgen ze de wagen weer aan de praat en scheuren we even later met piepende banden de weg weer op. De wagen maakt het geluid alsog hij met 300 km/u door de bocht scheurt, terwijl we bij nader inzien een keurige 120 km/u rijden. Verontschuldigend draait de kleine Pool zich om en maakt in zijn beste duits duidelijk in wat voor een wagen wij ons bevinden, te weten een “Scheissemachine!`. Ondertussen brabbelt de grote Pool het een en ander door een bakkie, waar ook zo af en toe een krakend stemgeluid uit komt. Tijdens de koffiepauze vraagt Mitra aan de kleine Pool waar ze die radio nou precies voor gebruiken. Blijkt dat ze daarmee in de gaten houden waar de politie zich bevind. Geinspireerd door dit antwoord vraag ik aan de beide heren met wat voor reden ze op de weg zijn. De kleine en de grote Pool kijken elkaar aan, komen stilzwijgend tot een overeenkomst en beginnen beiden te grinniken. ¨We do businness!¨ Zegt de grote Pool, waarop beiden elkaar aankijken en nog harder moeten lachen. Wij begrijpen er nog steeds geen snars van, maar toch hebben we het gevoel dat het verstandiger is om maar niet door te vragen. Dit gevoel wordt bevestigd als de kleine Pool ons even later in de buurt van de grens afzet en zegt dat we maar over de grens moeten lopen. Hij eindigd zijn relaas met de woorden, ¨I don´t like police.¨ Wij stappen uit bij de Oekrainse grens en laten alle onduidelijke praktijken achter ons in de Mitsubishu. Wat zat er in de achterbak?

De voormalige Sovjet-Unie is nu een steenworp van ons verwijdert. We snoeren onze rugzakken stevig aan en stappen op het grens kantoor af, waar een grote de Poolse pet ons opwacht. Van onder de pet slaan twee ogen ons ongeïnteresseerd gade. We overhandigen onze identiteitsbewijzen en stappen na de formaliteiten over de drempel het niemandsland in. De sluis die de Europese Unie verbindt met de boze buitenwereld leidt ons naar de Oekraïense grenspost. We openen voorzichtig de deur en kijken naar binnen. Een blonde douanier is diep in gesprek verwikkeld met een grote militair met een nog grotere pet dan die in Polen. Helder rinkelen de onderscheidingen op zijn borst als hij spreekt. Na wat kuchen en ahummen mogen we onze paspoorten laten zien. De grote pet staart ondertussen gefascineerd naar iets wat achter mijn rug lijkt plaats te vinden. Hij wijst met zijn vinger over mijn schouder, waarna ik mijn hoofd omdraai om te kijken wat er gebeurd. Ik kijk recht in de ogen van ons trouwe paard Lo, onze pluche talisman. De statige militair maakt duidelijk dat hij graag het paard wil betasten, waar ik hem toestemming voor geef. Wie ben ik om daar nee tegen te zeggen? Hij geeft Lo een aai over zijn snuit en ik denk, “Nou maken we het feest compleet!” Met een kneepje in het rechteroor van Lo begint hij vrolijk te hinniken, gevolgt door de militair. Tranen van het lachen biggelen hem over de wangen, zoiets moois had hij nog nooit gezien. Ik besluit het onverwachte succes uit te buiten en zet ook het linker oor in werking, waarop Lo het geluid van een galloperend paard ten berste brengt. Nu houdt ook de blonde dounier het niet meer en samen rollen ze over de grond van het lachen. Mitra en ik lachen beleefd mee en nemen afscheid van onze vrolijke vrienden. In de overtuiging dat de Oekrainers een vrolijk volkje zijn, maken we een begin aan de laatste 100 km. die ons scheidt van Lviv.

Team Lo 4 in Lviv

“Is dit Lviv?” Het is 4.45 uur, we rijden een grote stad binnen en weten het allemaal niet meer. “Geen idee!” Antwoord Mitra terwijl de Audi met grof geweld over een stalen balk dendert. Welke idioot legt er nou een stalen balk midden op de weg? “Het is een tramrails denk ik.” Door gaten, over losse kasseien en uitstekende tramrails hobbelen we een stad binnen. We proberen de borden langs de weg te ontcijferen om vast te stellen of we ons doel bereikt hebben, helaas is ons cyrillisch niet toereikend. Ik pak mijn Lonely Planet erbij en wijs het kaartje van Lviv aan. “Lviv, yes?” Vraag ik aan de bestuurder. Hij knikt van da en taktak en steekt van wal. Na een hoop Oekraiens waarop ik met vriendelijk ja-knikken antwoord, krijg ik het vermoeden dat hij het een erg leuke stad vindt en dat ze ons er zo uitgooien.

Mijn vermoeden bleek juist te zijn. Nog bijkomend van de wilde rit kijken we wat beduust om ons heen. We staan voor een indrukwekkende bruidstaart, het Ivano Franko opera & ballet theater. Voor het theater strekt zich een park uit met aan weerszijden drukke wegen. “Wat zijn deze mensen allemaal vroeg uit de veren?” Merk ik op. Mitra oppert dat ze in de Oekraine misschien wel een uurtje eerder leven, waarop ik onze trouwe reisgids raadpleeg. “Verrek ja, het is zes uur!” Tijd om in te checken. We lopen noordwaarts richting Lviv hotel. Volgens de reisgids een sober maar goed te betalen hotel. Bij de receptie verdenk ik de dienstdoende dames ervan dat ze ook de Lonely Planet hebben, want de soberheid is hun op het lijf geschreven. Met handen, voeten en andere lichaamsdelen maken we duidelijk hoe de zaken ervoor staan. “We willen, yesyes, een kamer please!” We hebben 20 en een half uur gelift om in Lviv te komen, het kost de receptionisten 3 kwartier om ons de sleutel te overhandigen. De krakende, piepende en kreunende lift brengt ons naar de 5e verdieping. De kamers liggen aan kilometers gang, bruin tapijt, grijze muren. Cel 509 is voor Team Lo 4. Ik stort me op mijn plank met matras en besef dat ik daar niet goed aan deed, want ik heb nu pijn aan mijn scheenbeen. Mitra keert haar backpack om en verspreid de inhoud gelijkmatig over de vloer en kijkt tevreden naar het resultaat. Het is weer net als thuis, op de Monseigneur. Net als ik mijn gezicht in een zacht kussen heb gegraven meldt Stoutjesdijk dat we genoeg gedraald hebben en dat er een stad is out there that needs us! Ik werp een blik op mijn schema en stem ermee in.

Team Lo 4 verlaat het Sovjet-beton en begint haar ontdekkingsreis door de pitoresque steegjes van Lviv. We raken betovert door de stad, de mensen en de zeesteromelet van Amelie. Na een welverdiende nachtrust en een rustige morgen arriveren de Falende Spoelbakken. Het is inmiddels woensdagmiddag.